Wat gebeurt er bij een calamiteit?

Op zee gaat af en toe wat mis. Rijkswaterstaat staat 24 uur per dag paraat en komt waar nodig in actie. Dit gebeurt bijvoorbeeld bij het lozen van olie, het verlies van lading, het stranden van een schip of brand aan boord. De geboden hulp hangt af van de risico’s en de vraag of het milieu of economisch belangrijke gebieden in gevaar zijn.

Vervuiling is een belangrijk probleem. Met satellietbeelden en een vliegtuig van de Kustwacht wordt gespeurd naar verontreinigingen op zee. Ook maken jaarlijks een paar honderd schepen, strandbezoekers en lokale overheden melding van vervuiling. Een deskundige bepaalt of de vervuiling kan worden opgeruimd. Dit gebeurt dan met een speciaal schip van Rijkswaterstaat. Soms kan dat niet. De wind en de golven kunnen verontreinigingen namelijk zo verspreiden dat er niets meer valt te bestrijden.

Scheepswrakken en verloren lading

Schepen moeten aan veel veiligheidseisen voldoen. Ze worden daar ook op gecontroleerd. Toch vergaat er soms een schip of verliest het lading. De afgelopen eeuwen hebben zich op de bodem van de Nederlandse Noordzee meer dan vijfduizend wrakken verzameld. Dat kan gevaar opleveren voor de scheepvaart en het milieu. Wanneer er inderdaad gevaar bestaat, bergt Rijkswaterstaat het scheepswrak of de lading.

Potvissen

Bij hun trek naar het zuiden komen potvissen soms per ongeluk in de Noordzee terecht. Helaas kunnen potvissen niet overleven in dit ondiepe water en stranden ze dood op de kust. In dat geval moet Rijkswaterstaat de karkassen snel opruimen. Ze zijn namelijk vervuild met het zware metaal cadmium. Dit krijgen de dieren binnen via hun voedsel. Tijdens de ontbinding hopen zich bovendien allerlei gassen op in het kadaver. Hierdoor bestaat er risico op explosie. Ook daarom moet een potvis snel worden opgeruimd.