Monitoring en meetsystemen

Rijkswaterstaat houdt zicht op verschillende zaken met betrekking tot het water. Het gaat hierbij onder andere om onderwerpen als waterpeil, golfhoogte en waterkwaliteit. Door monitoring zorgt Rijkswaterstaat voor noodzakelijke informatie om het leven met water en de veiligheid van het water te kunnen garanderen.

Voor de monitoring maakt Rijkswaterstaat vier monitoringprogramma's: fysisch, biologisch, chemisch en morfologisch.

Fysisch monitoringprogramma

Rijkswaterstaat meet een groot aantal fysische parameters in het water in ons land, zoals waterpeil en afvoervolumes. Kennis over deze gegevens is een vereiste voor kustverdediging en hoogwaterbescherming.

Fysische grootheden
Waterstanden van rivier en zee wint Rijkswaterstaat automatisch in via het Landelijk Meetnet Water (LMW). Andere grootheden die worden gemeten zijn de omvang van de waterafvoeren, watertemperaturen, het golfklimaat en de ligging en hoogte van kust en zeebodem.

Biologisch monitoringprogramma

Het biologisch monitoringprogramma is bedoeld voor de monitoring van de essentiële onderdelen van de voedselketen: van eencellige planten, zoals algen, tot vogels en zeehonden.

De doelen van het biologisch monitoringprogramma zijn:

  • evaluatie van nationale en internationale beleidsdoelen
  • signaleren van onverwachte veranderingen in het systeem

De verschillende onderdelen van het biologisch monitoringprogramma geven belangrijke informatie over:

  • de kwaliteit van water en bodem
  • het ecosysteem als geheel
  • het succes van maatregelen om watersystemen natuurlijker en dynamischer in te richten

Chemisch monitoringprogramma

De watersystemen van Nederland bevatten stoffen die daar van nature niet in voorkomen. Deze stoffen zijn in een aantal gevallen schadelijk voor mens en milieu. Rijkswaterstaat meet de concentraties, vrachten en bio-effecten die de kwaliteit van het oppervlaktewater bepalen en zo een beeld geven van de stoffen die een watersysteem bevat.

Chemische monitoring is gericht op:

  • Toetsing aan normen, zowel nationaal als internationaal.
  • Het vastleggen van de bestaande toestand (nulsituatie), als referentie en voor een goede probleemanalyse.
  • Detectie van trends in lange meetreeksen.
  • Inventarisatie van en onderzoek naar verspreiding van stoffen.
  • Opsporen van nieuwe schadelijke stoffen. Deze kunnen worden toegevoegd aan de lijst van te controleren stoffen.

De meetgegevens tonen aan of waterkwaliteitsdoelstellingen al dan niet worden gehaald en of er maatregelen genomen moeten worden. Aan de hand van voortschrijdend inzicht kunnen nieuwe doelstellingen worden geformuleerd.

Morfologisch monitoringprogramma

Van een groot aantal gebieden op zee en langs de kust wordt de diepte en ligging bepaald. Dit gebeurt jaarlijks binnen het landelijke monitoringprogramma. Op basis hiervan kan worden vastgesteld hoe de bodem van de zee en de kuststrook erbij ligt en hoe die in de tijd fluctueert.