Verbinden natuurgebieden

Veel natuurgebieden zijn versnipperd doordat kanalen, spoorwegen en autowegen er dwars doorheen zijn aangelegd. Dat betekent dat veel dieren vastzitten in een onnatuurlijk klein leefgebied. Het Meerjarenprogramma Ontsnippering (MJPO) herstelt de verbindingen tussen de natuurgebieden. Bijvoorbeeld door de aanleg van ecoducten en wildtunnels.

Dieren die in een te klein gebied leven, vinden vaak niet genoeg voedsel, of lopen het gevaar overreden te worden. Voor het natuurlijk evenwicht is het belangrijk dat verschillende diersoorten zich vrij kunnen bewegen tussen bos-, weide- en watergebieden. Denk aan dieren als reeën, dassen en wilde zwijnen, of egels en vleermuizen, maar ook dieren als kikkers, salamanders, en hazelwormen.

Rijkdom aan dier- en plantsoorten

Het natuurbeleid is vooral gericht op het behouden en verbeteren van de biodiversiteit. Dat betekent een gevarieerde natuur met een rijkdom aan verschillende plant- en diersoorten. Een dergelijke natuur is ook minder kwetsbaar. 

Een belangrijke pijler daarbij is de vorming van een Ecologische Hoofdstuctuur (EHS) in 2018. Een netwerk waarmee alle natuurgebieden in Nederland op elkaar aangesloten zijn, en ook aansluiten bij die van de buurlanden.     

Meerjarenprogramma Ontsnippering (MJPO)

Via het MJPO worden er voor 2018 in totaal 208 maatregelen genomen om natuurgebieden met elkaar te verbinden. Daaronder vallen ecoducten, maar ook dassentunnels, 'boombruggen' en ecoduikers (voor waterdieren). Kortom: allerlei oplossingen waarmee dieren over of onder een weg door kunnen.

Bij het MJPO zijn veel organisaties betrokken: verschillende overheden, ProRail, waterschappen en natuurbeschermingsorganisaties. Rijkswaterstaat heeft met het MJPO te maken vanuit zijn verantwoordelijkheid voor de rijks- en vaarwegen. 

Ecoducten Zuid-Nederland

Rijkswaterstaat is eind 2008 begonnen met de aanleg van vijf ecoducten over de A2, tussen Eindhoven en Maastricht. Een ecoduct komt bij het natuurgebied de Groote Heide, twee bij de Weerter- en Budelerbergen en twee in Zuid-Limburg bij de Kruisberg. Het is de bedoeling dat ze eind 2009 af zijn. Deze ecoducten worden aangelegd op dezelfde manier als het ecoduct tussen Liempde en Best. 

Ecoducten worden veel gebruikt door dieren. Uit sporenonderzoek blijkt dat dieren zonder stress oversteken. Door de beplanting kunnen ze het verkeer niet zien dat onder hen doorrijdt, terwijl hekwerken verborgen in het groen voorkomen dat ze op de weg belanden.

Geen nieuwe obstakels voor dieren

De (spoor)wegen en kanalen die nu nog obstakels vormen voor het dierenleven zijn vooral in de jaren '70 en '80 aangelegd. Tegenwoordig wordt er bij de aanleg van wegen rekening mee gehouden dat dieren de weg nog wel kunnen passeren. Dit is vastgelegd in de Tracéwet.